Direct naar inhoud
openBIMIFC

PDF-tekeningen en het IFC-model: waar elk zijn plek verdient op de bouwplaats

Op de meeste bouwplaatsen leeft het werk nog op een PDF, terwijl de coördinatie ergens anders gebeurt, in een 3D-model. Dit is waar elk van de twee echt wint, en wat er gebeurt als een project alleen de PDF heeft.

BimDossier5 min leestijd
Steigers rond de ruwbouw van een nieuwbouwproject in Nederland, met kalkzandsteen wanden zichtbaar voor de afwerking.
In dit artikel

Op de meeste bouwplaatsen is de tekening die in de bouwkeet aan de muur hangt een PDF, en gebeurt de coördinatie ergens anders, in een 3D-model dat niemand op de bouwplaats ooit opent. Twee versies van hetzelfde gebouw, die uit elkaar groeien zodra een van de twee wijzigt.

Twee tekeningen van hetzelfde gebouw

Het model van de architect krijgt een revisie. Ergens is een wand tien centimeter verschoven, of een kanaal is om een balk heen gelegd. Het model klopt binnen het uur. De PDF die in de bouwkeet hangt, klopt tot iemand eraan denkt hem opnieuw te printen, en in een drukke week is dat deze week niet. Een tijdlang, en soms langer dan iemand wil toegeven, bouwt de ploeg tegen een tekening waar het model het allang niet meer mee eens is.

Een bevinding vastgepind op de verkeerde revisie is erger dan geen bevinding.

Geen van beide is de boosdoener. Het probleem is dat u ze als hetzelfde document behandelt, terwijl het twee losse waarheden zijn die iemand met de hand op elkaar moet afstemmen.

Waar de PDF nog wint

Papier, of een PDF op een tablet, wint voor alles wat snel en plat is. Een maatvoering op een kozijn controleren. Een detailtekening markeren voor een onderaannemer die iets nodig heeft dat op A0 te plotten is, geen model waar hij software voor zou moeten openen. Buiten werken in de kou met handschoenen aan, waar een PDF die u met een tik kunt inzoomen wint van ronddraaien in een 3D-scène. Niets daarvan is een verwijt aan 3D. Een PDF is hier gewoon goed in.

Waar het model wint

Een model wint zodra de vraag ruimtelijk wordt. Botst dit kanaal straks met die balk voordat er beton gestort wordt. Hoe ziet deze verdieping eruit als alles erboven verborgen is, zodat u hem kunt lopen zonder door zes verdiepingen rommel te waden. Wat zit er nou echt achter deze wand voordat iemand hem openbreekt en er op de harde manier achter komt. Storey-isolatie en een sectievlak beantwoorden dat in seconden. Een stapel PDF-pagina's beantwoordt het helemaal niet, die laat u alleen iets minder slecht gokken.

Dezelfde drift, zonder model

Bij veel verbouw- en onderhoudswerk komt er nooit een IFC-model. U krijgt een oude tekening, misschien een PDF uit een tien jaar oud vergunningsdossier, en een pand dat het met allebei oneens is zodra u een wand openmaakt. Dat is geen kleinere versie van het probleem dat een model oplost. Het is hetzelfde probleem met minder gereedschap om het op te lossen.

Steigers met blauw stofnet rond grachtenpandgevels in Amsterdam tijdens verbouwwerk.
Verbouw begint zelden met een schoon model. De meeste verbouw krijgt er nooit een.

De Wkb reikt hier ook niet. Die geldt voor nieuwbouw in gevolgklasse 1, de laagste van de drie risicoklassen, niet voor verbouw. Dat is geen reden om het bewijs te laten schieten. Een opdrachtgever die vier maanden later vraagt wat er achter die wand gebeurd is, en waarom de rekening opliep, vraagt niet welke wet van toepassing is. Het betekent dat de oplossing niet mag afhangen van een model dat er is. Zet de bevinding rechtstreeks op de PDF-plattegrond die u al heeft, fotografeer de situatie voor en na, en het dossier bouwt zichzelf op zonder te wachten op een model dat er toch nooit zou komen.

Waarom het papieren spoor telt bij de gereedmelding

Onder de Wkb moet het dossier bevoegd gezag minstens tien werkdagen voordat een gevolgklasse 1-gebouw in gebruik gaat bij het bevoegd gezag liggen. Bewijs dat aan een plek vastzit, of die plek nu een IFC-element is of een punt op een PDF-plattegrond, houdt stand onder zo'n termijn. Een map met ongedateerde foto's niet.

Eén open formaat achter beide tekeningen

Als er wel een model is, is het goed om te weten dat het niet vastzit aan de tool waarmee het getekend is. IFC, het formaat waar vrijwel elke BIM-tool naar exporteert, is een leveranciersneutrale internationale standaard, ISO 16739, beheerd door buildingSMART en niet door één softwarebedrijf. buildingSMART is geen Nederlandse organisatie. Het is dezelfde standaardenbeheerder achter BCF en IDS, voor teams door heel Europa, en dat is precies waarom een model dat in België of Duitsland geëxporteerd is hier net zo opent. Kiezen om in 3D te coördineren is geen keuze voor één leverancier voor de komende tien jaar van een gebouw.

Waar wij binnenkomen

Dat is de splitsing waar BimDossier voor gebouwd is, niet omheen. Teams met een model krijgen het echte werk: een federatieve 3D-IFC-viewer met storey-isolatie, sectievlakken en een afgeleide 2D-plattegrond in split view, zodat een bevinding die op een element geprikt is zijn exacte plek meedraagt. Teams zonder model, en dat is in de praktijk het meeste verbouw- en onderhoudswerk, zetten bevindingen rechtstreeks op de PDF-plattegrond die ze al hebben, onderbouwd met een foto, zonder dat daar een model voor nodig is. Dezelfde bevindingen, hetzelfde fotobewijs, hetzelfde rapport aan het eind, welke tekening ook daadwerkelijk in uw handen ligt.